Diftar nog duurder door wanbeleid IOK-afvalbeheer Na nauwkeurig onderzoek door de Vlaams Belang- gemeenteraadsleden Mannu Dox en Gustaaf Mertens respectievelijk uit Meerhout en Geel zijn inzake de problematiek van afvalverwerking en daarmee samenhangend DIFTAR een aantal elementen aan het licht gekomen die wijzen op flagrant wanbeleid en die tot gevolg hebben dat de burger te veel betaalt voor de verwerking van zijn afval. Door dit persbericht klagen wij deze zaken aan. Het is aan u, de nieuwsbrengers om ook de andere klok, zijnde de IOK Afvalbeheer te horen. Wij konden dit reeds doen dinsdag 8 april 2008 op een vergadering in Kasterlee, waarbij wij de heer G. Van Torhout gerichte vragen stelden. Hij bleef soms het antwoord schuldig, ontkende soms onze stelling, gaf een verdraaiing van de feiten en deed of hij bepaalde zaken niet wist. Wij zijn ten allen tijde bereid met hem opnieuw in debat hierover te treden. Het gaat hier om miljoenen gemeenschapsgeld dat door wanbeleid is verloren gegaan en die nog verder dreigen verloren te gaan.
Vooraf stellen wij het volgende: Schimmig is een juiste benaming voor de activiteiten en verantwoording van en door IOK en IOK-Afvalbeheer. Men kan ze ook onnavolgbaar/ondoorgrondelijk noemen.
Een lang, ingewikkeld verhaal dat we proberen eenvoudig voor te stellen: Afvalinzameling en -sortering kost geld. De burgers zijn zeker bereid hiervoor mee te betalen. Maar niet als ieder gezin per jaar tientallen euro’s te veel betaalt door slecht bestuur van IOK-Afvalbeheer. Via ondoorzichtige wegen wordt het wanbeleid van IOK gefinancierd; maar één ding is zeker: Het is de burger die hieraan ten onrechte betaalt.
De feiten: Er was de afgelopen jaren veel te doen over de zogenaamde MBS-installatie die er in Geel gekomen is. Het restafval van de regio van IOK en IVAREM wordt er afgevoerd en verwerkt. Deze MBS-installatie is een milieuvriendelijk alternatief voor afvalverbranding en produceert uit het afval een secundaire brandstof voor industrieel gebruik. De productie van deze brandstof bedraagt in principe 80.000 ton/jaar. Sinds de ingebruikname van de installatie in 2005 is deze brandstof echter niet, zoals wel uitdrukkelijk bedoeld, naar de industrie gebracht, maar in alle stilte naar de afvaloven bij Antwerpen. De verwerkingskost van het afval wordt daardoor ongeveer verdubbeld: eerst wordt het afval in de installatie in Geel bewerkt en vervolgens wordt het voor € 140,-/ton in de afvaloven verbrand. In Duitsland produceren identieke installaties brandstof die voor ca. € 70,- verbrand wordt: de helft!
Hoe kon dit nu gebeuren? Drie zaken: kwaliteit, wanbeleid en ‘spookafnemers’ zijn de oorzaak. Kwaliteit: De kwaliteit van de brandstof is zo slecht dat de industrie het niet wil hebben. Het “SRF” is een secundaire brandstof bedoeld voor cementindustrie en voor elektriciteitsopwekking maar het voldoet niet aan de eisen die de industrie er aan stelt. Het is te grof en te onzuiver, en heeft een te hoog chlooraandeel. De belangrijkste reden hiervoor is dat teveel chloor leidt tot beschadiging van de installatie van de afnemer en een aandeel van 0,6% wordt algemeen als maximum aanvaard. Indien het chloorgehalte hoger wordt, zijn navenant minder afnemers in het SRF geïnteresseerd, en anderzijds stijgen de prijzen voor de verwerking ervan buitensporig. Het SRF van IOK overschrijdt dit criterium met meer dan 100%.
Dat het anders kan, wordt dagelijks in Duitsland bewezen; hier slaagt men er wel in die kwaliteit te halen want de slechte kwaliteit kan verholpen worden als volgt: -te grof: fijner shredderen. -hoog aandeel chloor: verwijder PVC, skai, schuimen voordat het de installatie ingaat; installeer een machine in de sorteerlijn die deze chloorhoudende kunststoffen herkent en separeert. Ze bestaan en kosten wel wat, maar bij dit verschil in kostprijs en deze tonnages is een investering snel terugverdiend. -te veel onzuiverheden: stel de installatie beter af.
“Spookafnemers” IOK Afvalbeheer sloot in 2006 contracten af met Bio-Oil Exploitations (te effecturen per 1 mei 2007) en Mindest SA (najaar 2007) voor het afnemen van in totaal 50.000 ton SRF per jaar. De geboden prijzen van die bedrijven waren bijzonder laag (ca. 45 euro) tegenover de andere kandidaten (vanaf 100 euro). Nu een jaar later blijkt dat Bio-Oil nog altijd geen SRF heeft afgenomen en dat Mindest SA-Electrawinds pas ten vroegste in de zomer van 2009 SRF zal gaan afnemen.
Puur op basis van de prijs leken dit dan ook prachtige kandidaten; indien men echter iets verder kijkt dan zijn neus lang is, kan men niet anders dan serieuze vraagtekens zetten bij de reden waarom en de wijze waarop IOK besloten heeft deze bedrijven de opdracht te geven. Toen de IOK de beslissing op de openbare aanbesteding van juni 2006 nam om met deze twee bedrijven in zee te gaan, beschikten beide bedrijven nog niet eens over de nodige vergunningen voor de bouw van een installatie om SRF te verwerken! Op dit moment, bijna twee jaar later, is het zelfs zéér onwaarschijnlijk dat de installatie van Bio-Oil ooit een milieuvergunning verleend krijgt voor de verwerking van SRF. Het College van Burgemeester en Schepenen van Tessenderlo heeft op 6 maart 2008 namelijk geweigerd de tijdelijke(!) vergunning voor de proef(!)installatie te verlengen. De installatie van Electrawinds wordt op dit moment gebouwd, maar niet geweten is of de installatie wel in de zomer van 2009 gereed is en evenmin is geweten of deze installatie het SRF feitelijk kan gebruiken. In feite heeft de IOK op basis van onrealistische prijzen haar vertrouwen geschonken in twee “spookfirma’s” die niet eens als onderneming bestonden. Het waren papieren firma’s. De lijst onregelmatigheden is echter nog langer: De kandidaten beschikten namelijk niet enkel over: 1. een werkende installatie, 2. een geldige bouwvergunning 3. een geldige milieuvergunning Maar evenmin beschikten zij op dat moment over: 4. referenties 5. de grond om een installatie te bouwen, 6. de ervaring als verwerker van SRF; ze boden alleen experimentele, niet beproefde technologie die ze wilden aanwenden, maar waarvan nog geen resultaten bekend waren 7. de noodzakelijke registraties bij de bevoegde diensten als verwerker van afval
De wijze waarop de aanbestedingsprocedure gevoerd is, is daarbij ook nog zeer eigenaardig en zelfs verdacht te noemen: -beide bedrijven waren reeds voor de opening van de aanbestedingsprocedure in onderhandeling met IOK. Minstens vanaf medio maart 2006. -de aanbestedingsprocedure kende maar een inschrijvingstermijn van 10 werkdagen en werd geopend in het Pinksterverlof, wellicht om zo min mogelijk andere kandidaten de gelegenheid te bieden offerte in te dienen??? -tijdens de aanbestedingsprocedure werden de beoordelingscriteria veranderd. Was aanvankelijk sprake van een kwalitatieve selectie van de kandidaten, nadien werd dit –zonder toelichting- gewijzigd in een strikt economische selectie. De prijs van de offertes werd toen het criterium! -“toevallig” voldeden de beide kandidaten totaal niet aan de oorspronkelijke kwaliteitscriteria en werden deze criteria (misschien wel juist daarom??) aangepast. -“toevallig” werd het beoordelingscriterium zo aangepast dat de beide kandidaten na aanpassing direct als beste kandidaten naar voren kwamen. -“toevallig” waren deze kandidaten al met IOK in onderhandeling voordat de aanbestedingsprocedure geopend werd. -“toevallig” werd de aanbestedingprocedure geopend in de week van het Pinksterverlof. -“toevallig” werd voor deze omvangrijke aanbesteding maar een inschrijvingstermijn van 10 werkdagen gegeven, terwijl IOK uit ervaring weet dat het hier om een omvangrijke opdracht gaat waar veel voorbereidend werk voor nodig is om een degelijke prijs te kunnen aanbieden. -IOK achtte het niet nodig om de prijzen van deze twee bedrijven nader te onderzoeken, ondanks het feit dat de overige kandidaten prijzen hadden die ruim 100% hoger lagen. Nochtans is een bestuur, zoals IOK, wettelijk ertoe verplicht om “abnormale” prijzen en prijsverschillen te onderzoeken. Lage prijsoffertes kunnen namelijk hun oorsprong vinden in een slechte kwaliteit van de dienstverlening of in een hoog onrealistisch gehalte van de offerte…..
De vragen die bij dit alles opkomen zijn:
Wat maakt deze afnemers nu zo speciaal dat IOK heeft nagelaten enig onderzoek te doen naar: 1. de techniek, 2. de ervaring, 3. de vergunningen, 4. het realistisch gehalte van de offertes van deze kandidaten en 5. naar de aangeboden prijzen?
Wat maakt deze afnemers nu zo speciaal dat IOK van hen accepteert dat zij hun contractuele verplichtingen reeds gedurende een jaar niet nakomen? Welke acties is IOK voornemens te ondernemen?
Waarom heeft IOK tijdens deze aanbestedingsprocedure de beoordelingscriteria (lees: de spelregels) veranderd?
Gevolgen: Contracten die IOK met afnemers in 2006 gesloten heeft, blijken tot op heden nog niet ingevuld te worden, terwijl de eerste afzet ten laatste begin 2007 had moeten plaatsvinden. Alternatieve afnemers in de cementindustie, willen de brandstof evenmin vanwege de slechte kwaliteit van de brandstof van IOK. IOK weet dit, maar weigert maatregelen te treffen om de brandstof te verbeteren en accepteert dat op 2 jaar het werkingsbudget met ruim 5 miljoen euro overschreden wordt of 200.000.000 oude Belgische frank weggegooid geld van de belastingbetaler! IOK accepteert blijkbaar daarnaast dat deze situatie nog minimaal 1 jaar voortduurt en dat er bijkomend nog minimaal 3 miljoen extra verlies geleden wordt. Omdat de afzet naar de afvaloven in Antwerpen zo duur is (€ 140,-/ton), wordt de capaciteit van de installatie 3 jaar na ingebruikname nog maar voor 60% gebruikt.
De vragen die in dit verhaal opkomen: -hoe kan het dat deze situatie reeds twee jaar bestaat? -hoe is deze situatie betaald en welke invloed heeft deze situatie op het tarief van de DIFTAR? -hoe gaat deze situatie in de toekomst betaald worden? -welke maatregelen denkt IOK te treffen om deze situatie op korte termijn op te lossen? -moet men DIFTAR (nog deels als toekomstig instrument) op dit moment wel steunen, voordat IOK volledige en correcte openheid van zaken heeft gegeven over de bestaande situatie? -hoe gaat IOK afzet realiseren voor de resterende capaciteit van jaarlijks 30.000 ton van de MBS-installatie?
Bronnen: www.ivarem.be/Publicaties/Jaarverslagen/IVAREM%20jaarverslag%202006.pdf : dit jaarverslag handelt op blz 71 en 72 over de MBS-installatie. Zonder verdere toelichting wordt een kostprijs van +90% t.ov. het budget vermeld. Zonder verdere vragen wordt het aanvaard. Welke ondernemer zou een dergelijke kostenoverschrijding zo slikken? In 2007 zou dit verbeteren...
In het jaarverslag van 2007 staat echter geen woord te lezen over een verbetering van de kostenoverschrijding. Evenmin staat ergens te lezen dat de kostenoverschrijding in 2008 zou verbeteren. De jaarverslagen worden dus bewust vaag en niet- informatief opgesteld.
De communicatie over deze problematiek vanuit IOK naar de gemeentes toe is minimaal geweest. Het is dan ook de vraag of de gemeentes IOK financieel moeten blijven steunen.